|
APK-keuring voor planten? Het gebeurt wel eens dat een kringmiddag korter duurt dan verwacht. Meestal stoppen we dan ook eerder, maar deze keer werden we vergast op een geïmproviseerd kort verhaal van Jan de Graaf: de orchidee gezien door de bril niet van een bioloog, maar van een ingenieur. Een orchidee blijkt dan te bestaan uit een motor, een stuk pijp, een zonnepaneel\verdamper en een vermeerderingsapparaat. Met een beetje fantasie ziet u dat zo voor u. Gezien de tijd beperkte Jan zich vooral tot het zonnepaneel\verdamper, maar ook de motor is een belangwekkend onderdeel. De pijp is gewoon een stuk pijp en van het vermeerderingsapparaat weten we eigenlijk nog niets af. Voor ons huisbakken kwekers is dat ook het minst interessante onderdeel: je doet het wel voor de ….. (de juiste technische term valt me even niet te binnen), maar aan vermeerdering denk je niet: je bent al blij wanneer je het ding draaiende houdt. Ik bedoel: als er maar een landingsplaats is, is dat voor de meeste van ons al voldoende – er hoeft niet per se zoiets als een ‘weggebruiker’ langs te komen. Het was verder een enthousiast verhaal over energie, fotosynthese en verdamping. De volgende keer graag een kijkje onder de motorkap. Houden we eens een keer geen plantenbespreking, maar een APK-keuring. Maar we begonnen de middag nog geheel a-technisch, met een korte kweektoelichting over Coelogyne cristata door Gab van Winkel. Gab is\was in het rijke bezit van 2 grote planten, waarvan hij er een gescheurd heeft. Voor een zacht prijsje gingen de stukken met 3-5 bulben in de verkoop zodat ze die middag nog opgepot konden worden. De plant groeit van nature hoog in de Himalaya op bomen of op dikke pakken mos op rotsen. Het klimaat wordt gekenmerkt door natte zomers en droge winters. Het heet een moeilijke plant, een lastige bloeier: je moet hem droog houden. Niet dus: hij mag licht indrogen. Maar ook in de winter wordt hij ter plaatse ’s morgens nat van de nevels. Dus blijf ’s winters licht sproeien zodat hij niet teveel indroogt. Hij heeft anders te veel moeite om in het voorjaar weer op gang te komen. Op onze kringsite is een korte versie van Gab’s verhaal te bekijken. Tijdens de plantbespreking door Ton Klaassen kwamen weer een aantal mooie tot heel mooie planten langs. Bulbophyllum longifolium, maar lijkt toch meer op een everhartii. Met in totaal wel 22 bloemtakken rondom en nog meer op komst. Het heet een makkelijke groeier\bloeier: maar toch. Hoewel we blij zijn wanneer er weer wat gescheurd kan worden: streef naar een grote plant – meer bloei. Siderea japonica met geaderd blad op een hol bolletje Nieuw-Zeelands mos. Niet dompelen, maar nevelen. Vaker zien we deze kweekwijze bij Neofinetia falcata. Ook hiervan is er een prachtig exemplaar te bewonderen. Het maken van zo’n bolletje kost ongeveer een kwartier. Jan de Graaf gaat voor de ‘luie uitvoering’ (is dat eigen aan ingenieurs?): ook op mos, maar dan in een stenen potje met gezaagde gleuven. In een stenen pot kun je de waterhuishouding beter regelen dan in een plastic pot. Na een watergift (sproeien) is het mos binnen 2-3 dagen kurkdroog. Hoe vaak je het mos moet verversen is niet bekend. Ook Dendrobium moniliforme zou goed op een bolletje mos gekweekt kunnen worden. Een heel oude bekende is Paphiopedilum Hendriks: na jaren wachten eindelijk in de bloei. Misschien omdat hij nu boven in de kas is gehangen? Wordt gekweekt in pure bark met weinig mest (1x per 3 maanden). Maar zelden verpot – terwijl volgens Ton paphen juist van verse grond houden: jaarlijks verpotten. Angraecum leonis: als die zich eenmaal heeft gevestigd, dan ….. Deze heeft 7 scheuten. Staat op een klein blokje op een wat groter blokje: een effectieve oplossing. Deze hangt boven in de kas, maar zou ook met minder licht toekunnen. Zorg voor luchtbeweging: is vochtgevoelig. Dendrobium strantuarii: een zeldzame gast. Koop een plant die zich heeft gevestigd en doe er dan verder niets meer aan. Cattleya intermedia coerulea: het is geen coerulea, maar toch wel een hele mooie. Intermedia komt in heel veel kleurvariaties voor. Deze vraagt een nachttemp. van 14-150 C. Trudelia alpina (= Vanda) zonder pot: gaat kennelijk heel goed gezien de 3 bloemtakken. Bloeit op oude en jonge scheuten. Dendrobium jenkinsii: een proefkonijn. Is jarenlang koud gehouden Dendrochilum ? (oranje bloem): een grote groep, maar naar om te verpotten. Als het moet, doe het dan direct na de bloei en maak de plant dan niet schoon. Brassavola ceboleta wordt weinig meer gezien. Hij kan lang bloeien; vraagt veel licht in de winter. Epicattleya ‘Black cornet’ (spin orchidee): een kruizing tussen Ep. cocleatum en een Cattleya-achtige. Een verbetering? In elk geval een makkelijke groeier\bloeier. In de winter rust geven. Verder waren nog te zien: Cleisostoma rosea (ruikt heerlijk), Maxillaria spec. (tenuifolia?) en Stereochilus dalatense. Verder werd er vooral veel gedaan op deze doe-middag. Alarmbeveiliging Aan het begin van de middag ontstond er enige onrust, vooral naar bleek in de rest van het huis. Sinds kort worden een aantal ingangen beveiligd. Wanneer de deur zomaar wordt geopend, gaat er een alarm af en wordt de politie gewaarschuwd. Dat is al een paar keer gebeurd, met als gevolg dat bewoners in paniek raken en men problemen krijgt met de politie. Kennelijk is dat deze middag gebeurt (door een van ons?). Dus: gebruik alleen de hoofdingang.
|