|
De een afkomstig uit Azië, de ander uit Zuid-Amerika. Beide door de familie Onvlee aangeboden op de Doe-middag. Het was nog een hele klus om de grote planten ‘uit elkaar te laten vallen’ (orchideeën worden niet gescheurd). Voor degenen die het nog niet wisten en het zelf nog niet hebben opgezocht, volgt hieronder enige informatie. Dendrochilum filiforme Lindley 1840 SECTION Platyclinis [Benth.] |
|||
![]() |
|||
|
|
De draadvormige Dendrochilum genoemd: vanwege de lange, slanke bloemstengel. Dit is een miniatuur tot kleine orchidee, afkomstig uit de Filippijnen. De top van de bulbe draagt 2 slanke bladeren. De plant moet warm tot koel gekweekt worden. Zij heeft veel licht nodig en het jaarrond water. Bloei: voorjaar en begin zomer. De bloemstengel groeit uit de zich ontwikkelende bulbe. Ze kan tot 60 cm lang worden en heeft 2 rijen,sterk geurende bloemen. Zoals in een eerder verslag van een plantenbespreking vermeld: Dendrochilums houden niet van verpotten en ze schijnen een korte periode droog\droger te moeten worden gehouden (dit in tegenspraak dus met de informatie geciteerd hierboven, afkomstig van internet): wanneer is voor elke soort weer verschillend. Degene die het eerst met een bloeiende plant op de Kring komt heeft gelijk. Miltonia × cogniauxiae Peeters ex Cogn. & Gooss. 1900 |
![]() |
|
|
Deze is genoemd naar mijnheer Cogniaux, een orchid hunter uit de 19de eeuw. De plant werd gevonden in Z-O Brazilie en is een natuurhybride tussen M. regnelii en M. spectabilis. Het is een kleine tot middelgrootte epifiet met geurende bloemen. Kweek: koel tot warm. Ik weet niet of deze planten polderen en genoegen nemen met iets tussen warm en koel, resp. koel en warm. ‘Temperatuur tolerant’ wordt dat ook wel genoemd. Ik heb alleen de Dendrochilum meegenomen. Miltonia’s willen bij mij niet zo.
|